SYSTEMISCHE FEMICIDE · HOOFDSTUK 1 VAN 4
Femicide begint niet bij de moord
De doding is zichtbaar. De verhoudingen die eraan voorafgaan moeten worden onderzocht.
Een bronnenanalyse over femicide als maatschappelijk patroon: wat de cijfers aantonen, hoe controle werkt en waar bescherming kan tekortschieten.
Gepubliceerd
Niet alleen het eindpunt
Wie alleen vraagt wie een vrouw heeft gedood, stelt een noodzakelijke vraag. Maar nog niet alle vragen. Welke vrijheid had zij daarvoor? Wie kon haar bedreigen, isoleren of blijven volgen? Welke informatie was beschikbaar, en wie kon daarmee iets doen? Dit verslag verschuift het onderzoek van uitsluitend de laatste geweldshandeling naar de verhoudingen eromheen. Dat haalt niets af van de verantwoordelijkheid van de pleger. Het maakt ook de bescherming vóór die laatste handeling tot onderwerp.
Bij direct gevaar: bel 112. Voor advies over huiselijk geweld kun je gratis, 24 uur per dag en anoniem bellen met Veilig Thuis: 0800-2000.
Wat hier met systemisch wordt bedoeld
Systemisch is hier een analytische invalshoek, geen aparte delictsomschrijving. We onderzoeken hoe macht, afhankelijkheid en de inrichting van bescherming elkaar kunnen beïnvloeden. Dat is iets anders dan beweren dat alle vrouwenmoorden vanuit één centraal plan worden georganiseerd, dat elke relatie hetzelfde verloop heeft of dat iedere doding vooraf te voorspellen was.
Het statistische raamwerk van UN Women en UNODC uit 2022 onderscheidt gendergerelateerde dodingen van vrouwen en meisjes van vrouwelijke slachtoffers van opzettelijke doding in het algemeen. Daarbij gaat gendergerelateerd niet uitsluitend om een uitgesproken haatmotief. Ook de context van ongelijke machtsverhoudingen, controle en gendernormen telt mee. De statistische afbakening vervangt geen onderzoek naar de feiten en verantwoordelijkheid in een individuele zaak. Dit verslag richt zich vooral op geweld door partners en ex-partners; femicide is breder dan die categorie.
Welke cijfers we wel en niet hebben
Volgens de op 27 augustus 2026 gepubliceerde CBS-cijfers kwamen in Nederland in 2025 103 mensen om door moord of doodslag: 65 mannen en 38 vrouwen. De cijfers over 2025 zijn voorlopig. Die 38 vrouwelijke slachtoffers mogen niet zonder nadere afbakening worden aangeduid als 38 vastgestelde gevallen van femicide.
Voor de gezamenlijke periode 2021–2025 was bij ongeveer de helft van de vrouwelijke slachtoffers de partner of ex-partner de vermoedelijke dader. Dat percentage beschrijft vijf jaren, niet uitsluitend 2025. Een andere CBS-publicatie, over 2020–2024, komt uit op gemiddeld 22 vrouwen per jaar die door hun partner of ex-partner werden gedood. Het gaat om verschillende perioden en categorieën; die naast elkaar zetten is iets anders dan ze optellen.
Een internationaal patroon, geen eenvoudige ranglijst
UN Women en UNODC schatten voor 2024 dat wereldwijd ongeveer 83.000 vrouwen en meisjes opzettelijk zijn gedood. Ongeveer 50.000 van hen werden gedood door een intieme partner of familielid: circa 60 procent. Die 50.000 omvatten dus niet alleen partners. Over gendergerelateerde dodingen buiten die kring zijn de gegevens beperkter.
De organisaties waarschuwen bovendien dat het verschil met hun schatting voor 2023 grotendeels samenhangt met beschikbare landengegevens. Een lager geschat aantal bewijst hier niet dat het geweld werkelijk is afgenomen. Zichtbaarheid in een registratie en de omvang van het probleem zijn niet hetzelfde.
Van tellen naar verklaren
Onze onderzoeksvraag is daarom niet welke afzonderlijke gebeurtenis het meest schokkend is, maar welke omstandigheden herhaling mogelijk maken. We onderscheiden drie niveaus: wat een pleger doet, welke afhankelijkheden de handelingsruimte van een slachtoffer beperken, en hoe anderen risico herkennen en daarop reageren. Geen van die niveaus vervangt de andere twee.
Dit is de centrale redactionele redenering van het verslag: wie een terugkerend probleem wil verminderen, moet ook de terugkerende voorwaarden onderzoeken. Daarvoor zijn aantallen nodig, maar ook kennis van processen. Het volgende hoofdstuk onderzoekt dwingende controle als patroon. Daarna volgen de grenzen tussen instanties en de vraag wat bescherming concreet moet veranderen.
Verantwoording
Bronnenanalyse, samengesteld met AI-ondersteuning; bronnen geraadpleegd op 19 september 2026. Er zijn voor dit verslag geen eigen interviews afgenomen en geen individuele slachtofferdossiers onderzocht. Feiten zijn gekoppeld aan de betreffende publicatie; de verbindende redenering is een analyse, geen nieuw bewezen causaal model. Het beeld bij dit hoofdstuk is illustratief.
Bronnen bij dit hoofdstuk: UN-statistisch raamwerk, 2022; CBS: moord en doodslag 2025, publicatie 2026; CBS: partnerdoding 2020–2024, publicatie 2025; UN Women en UNODC: mondiale schattingen 2024.